Vier weken in Goa en Kerala 22/11/2016-22/12/2016

Onze derde reis in India, na die naar Ladakh in 2005 en Rajasthan in 2013 . Uiteraard weer veel gedoe met visa`s, maar uiteindelijk op weg naar Schiphol met Jan van L. We vlogen met Turkish Airlines via Istanbul naar Mumbai.
In Mumbai naar het aan de andere kant van Mumbai gelegen station, daar 1,5 uur wachten en toen met de primitieve slaaptrein naar Goa. Ruim acht uur afzien, af en toe een dutje en gezelschap van een vriendeijk Indiaas gezin.


Bij station Mumbai.


Slapen in de trein.


Strand Candolim.

In het donker met de taxi naar Candolim, naar hotel Per Avel. De volgende dag eindelijk relaxen bij de strandtent van Stella en haar assistent Monty. Er was ook een masseuse, Shanty, die ons later verwende.


Eerste problemen.

We haalden de motoren op uit Margoa bij India Motors. Tamelijk afgeleefd spul. Beide motoren moesten dan ook omgeruild worden wat 2 dagen vertraging opleverde. Gelukkig was het stralend weer zodat de vakantiebeleving er niet onder leed.


Smalle weggetjes in Candolim.

Uiteindelijk gingen we zondag 27/11 op weg. Het was weer even wennen aan het verkeer; alleen vooruit kijken en op koers blijven als je getoeter hoorde. Hier en daar was het al heel mooi: heuvels, smalle wegen en veel palmbomen. Er was zelfs knappe koffie te krijgen, bij een Engelsman die een nieuwe uitdaging had gevonden. Na een onverhard stukje kustweg kwamen we bij het Nirvana Natural Reserve Hotel, een aantal hutten rond een centrale eethut. Van buiten leek het een dump maar het viel erg mee al blijft het vreemd een vloer van zand in je slaapkamer te hebben. Goed gegeten, goed geslapen.


Kumta, eerste onderkomen op reis.


Hut in Kumta.


Zicht vanaf balkon op Western Ghats.

Maandag weer een lange dag omdat we voor woensdag een reservering hadden in Kannur en zoals gezegd 2 dagen achter lagen op schema. Onderweg wisselden we geld in Kumta. Er was n.l. een probleem met het geld: een groot deel van de biljetten die Peter bij zich had was ongeldig verklaard waardoor het nodig was onderweg rupies te verzamelen. We stopten af en toe om af te koelen of wat te eten en te drinken. Overal koeien die met graagte karton en plastic aten. Plotseling kwamen we op een bochtige weg met goed asfalt, reden om een beetje te gassen. Lastig, want alleen mijn voorrem deed het (een beetje). Na wat gezoek vonden we een hotel in Kollur. Daar twijfelachtig maar goedkoop gegeten en 'genoten' van vuurwerkbommen. De dag erop ging men een tempel bezoeken alvorens weg te rijden; ik bleef op het balkon en genoot van de eerste blikken op de Western Ghats.


Lunch op strand onderweg naar Kannur.

Dinsdag, na het bezoek aan tempel en genieten op balkon, reden we eerst op leuke weggetjes maar al spoedig geraakten we op de kustweg, druk en onaantrekkelijk. Bij Udupi ging het weer landinwaarts. We vonden een lelijk hotel, Ratna Forever, in Karkala. Ook de bar beneden bleek niet meer dan een kaal zuiphol. In deze staat is alcohol slecht verkrijgbaar, daarom komen alle zuipers hier om ter plekke te drinken of een fles mee te nemen gewikkeld in een oude krant. Al vroeg werd het bedtijd; er is hier niets te doen of te zien.


Einde v.d. weg in Kannur.

Woensdag 30/11 vervolgden we ons pad naar Kannur. Weer eerst leuk en later de kustweg. Na 7 uur hadden we 208 km gereden. Kannur Beach House was ons doel. P en C hadden daar al eens eerder geslapen en destijds uren gezocht naar dit afgelegen onderkomen. Dankzij de gps ging dat nu veel vlotter maar op 150 meter van het doel bereikten we het einde van de weg dus het laatste stukje was lopen. We betrokken twee kamers met veranda en uitkijk op zee, heel fraai. De familie die de zaak bestierde bleek bijzonder aardig, met de vrouw des huizes praatten we over van alles. Ook het eten was top.


Wandelen langs de rivier in Kannur.

De eerste van december een rustdag. Na het ontbijtbuffet maakten we een wandeling langs de rivier, werd een broek vermaakt door een naaister langs de weg en dronken we wat bij een kraampje. Na de lunch volgde een strandwandeling en 's avonds aten we garnalen aan de gemeenschappelijke tafel.


Zonsondergang Kannur.


Road Warrior...


Op weg naar de boomhut.

Vrijdag 2 december namen we afscheid van de familie en gingen op weg naar Vytiri. Daar hadden P en C een verblijf in een boomhut afgesproken. Kleine weggetjes, de kustweg en weer een kleine weg. Die leidde steil de bergen in. We passeerden een groep gelovigen op weg te voet naar de top. Het laatste pad was steil en lastig, zeker met bagage en passagier, maar uiteindelijk kwamen we op de bestemming waar we hartelijk werden ontvangen. P had een hut die via een boompad te bereiken was besproken, maar die bleek te zijn verdwenen. Daarom werden we in een mandje naar boven gehesen, niet tot genoegen van P...


Gehesen naar boomhut.

De boomhut bestond uit 2 kamers boven elkaar met terrasjes en badkamers met een stenen vloer. En dat op 30 meter hoogte! Er was een bel waarmee we eten en drinken konden bestellen of een lift naar de grond. Met een kopje thee genoten we van het uitzicht. 's Avonds aten we beneden en ook de volgende morgen ontbeten we beneden. Daarna maakten we een wandeling die ons bloed sneller deed stromen: 10-tallen bloedzuigers zogen zich aan ons vast! Geen pretje.

Zaterdag 3 december namen we dus snel de benen. Zonder passagier was de afdaling naar de weg eenvoudig. Als snel reden we op een fraaie weg met links en rechts theeplantages. Het regende licht dus we stopten nu en dan om, uiteraard, thee te drinken. Met echte oliebollen! Ten slotte belandden we op een asfaltweg door het natuurpark Theppakadu, we zagen herten, wilde zwijnen, pauwen en zelfs een olifant.

We vonden een onderkomen in een soort primitieve jeugdherberg, een zaaltje met 3 stapelbedden. Sanitair was een wasbak, in ieder geval voor mij.


Wel wat primitief.


Safari Theppakadu.

Zondag deden we eerst een safari waardoor we nog meer olifanten tegenkwamen. Kosten van de 1 uur durende safari: 2 euro pp. Daarna vertrokken we richting Mysore.


Weg door park.


Twee road warriors.


Mysore Palace.

In Mysore, een drukke stad, vonden we m.b.v. een riksja een hotel vlak bij het beroemde paleis. Wederom m.b.v. de ijverige riksjaman namen we een kijkje bij dat paleis en bij een originele lokale markt. Ook een onvermijdelijk bezoek aan een geurtjeswinkel ontbrak niet. Met 'verplichte' aankopen natuurlijk. 's Avonds bezochten we nogmaals het nu verlichte paleis.

De volgende dag bekeken we het paleis van binnen o.l.v. de 'senior guide'. Wat een overdaad allemaal. We wilden daarna naar het volgende wildpark. Toen we bij de poort kwamen werd ons gezegd dat alleen 4-wielers toegang hadden, te gevaarlijk voor ons (?). Via warme omzwervingen kwamen we uiteindelijk in Madikeri waar we het staatshotel Mayura Valley View betrokken. Mooi gelegen maar tamelijk armzalig.


Bij Ludwig.

Een kilometer of acht van Madikeri ligt de Golden Mist Plantation. Daar ging dinsdag de rit naar toe. Het was even zoeken naar het pad dat er naar leidde maar al snel zaten we aan de koffie met Ludwig. Hij is de duitse manager van deze kleine koffie, thee en rijstplantage. We kregen een mooie kamer met uitzicht op de rijstvelden. Een indiaas echtpaar verzorgde het lekkere eten. 's Avonds gezellig wat gedronken bij het vuur.


Gouden Tempel.

De volgende dag bezochten we een fraaie boeddhistische tempel in de buurt van Madikeri en kregen we een rondleiding van Ludwig over de plantage. We weten nu hoe koffie wordt geteeld en gebrand. C en P liepen weer wat bloedzuigers op. 's Avonds pizza uit de houtoven!


Rondleiding op Golden Mist plantage.


Kleine steile weg door Ghats.

Donderdag verlieten we Ludwig om op weg te gaan naar het noorden. We reden over een klein weggetje door de Western Ghats. Eerst nog met goed maar later met slecht wegdek. Steil was het ook en met alleen een slechte voorrem was het soms op eieren rijden. In Haalebeedu raakten we weer in een staatshotel. Ik bleef op het terras in de tuin achter terwijl de rest genoot van alweer een tempelbezoek. Hier werd druk gepoogd je allerlei rommel te verkopen; ik zwichtte voor vier ansichtkaarten a 100 rupee. Het eten was aardig.


Uitzicht villa Belur.

Vrijdag 9 december reden we van Haalebeedu naar Belur. Afwisselend kleine en wat grotere wegen door de bergen. Bij de lunchstop werden we zoals veel keer op deze trip uitgenodigd om op een selfie te komen. We hadden behoefte aan een wat luxer onderkomen. Het eerste hotel waar we kwamen was gesloten maar de tweede, die wat lastiger te vinden was, was open. We huurden de duurste villa met uitzicht op de rivier, prachtig! Na koffie en thee op het terras werd om 8 uur het diner, in de vorm van een buffet, voor ons opgediend. We waren de enige gasten dus keus genoeg. In tegenstelling tot het onderkomen (10000 rupee) bleek het eten heel goedkoop.


Pauze Western Ghats.

Zaterdag ging de weg van Belur naar Kundapur. Er was wel een startprobleempje met mijn motor maar na de bougies te hebben behandeld liep ie weer. Alweer prachtige rustige wegen door de Ghats. Op een gegeven moment was de weg geblokkeerd met een hek en een bewaker. Na enig aandringen mochten we doorrijden. Een km of twee was het opletten: wegwerkers, teer en grind. Daarna hadden we de pas geasfalteerde weg voor onszelf. In Kundapur hadden we weer een chique hotel geboekt, een met zwembad waar P, C en Eugenie gebruik van maakten. C en Eugenie namen ook nog een massage in de Spa. De voorgerechten bij het diner waren zo uitgebreid dat we het hoofdgerecht (buffet) maar oversloegen.


Het enige stukje mooi wegdek naar Jog Fall.

Zondag was de dag dat we urenlang over een extreem slechte weg naar Jog Fall reden. De motoren rammelden bijna uit elkaar en onze konten leden. We stopten dan ook regelmatig o.a. om de activiteiten van een mierenkolonie te bekijken. Het beoogde onderkomen zat vol en zo belandden we in een hotel gerund door de Jog Fall Authority. Indiaas zullen we maar zeggen. We wandelden naar het uitzichtpunt om de op dat moment miezerige waterval te bekijken en aten een omelet in een echt indiaas restaurant.


Wachten op remonderhoud in Sagar.

Maandag 12 december. Vanwege de hygiene geen ontbijt. De voorrem van P zat vast en daarom gingen we op zoek naar een Enfield reparateur. In Sagar vonden we die na veel zoeken maar de 'zaak' was nog gesloten. Uiteindelijk werden we geholpen. De remblokjes bleken ook totaal op dus werd er ergens een nieuwe set gehaald. Een uur of drie later konden we weer op pad. Kosten 5 euro. Ons beoogde reisdoel van de dag was nu niet meer bereikbaar. Daarom reden we naar de kust en boekten kamers in een hippietent op Kuddle beach. Prima kamers, goed eten en een prachtig zwembad voor een redelijke prijs. Veel hongerig uitziende hippie types.


Drinkende apen bij zwembad Gokarna.

De volgende dag bleven we in Gokarna. Bij gebrek aan openbaar vervoer (staking) wandelden we naar het plaatsje zelf. Oude meuk, wel leuk. De tempel bleek voor ongelovigen niet toegankelijk. Na een drankje wandelden we terug via een steile trap en gingen zwemmen. Een groep apen verkenden ons en bij het sein 'veilig' deden ze zich tegoed aan het zwembadwater.


Pech bij Agonda beach.

Woensdag 14/12 reden we verder op de opvallend rustige kustweg. Na een stop om wat te drinken startte mijn motor niet meer. Na enig onderzoek was de conclusie dat de brandstofpomp stuk was. Jammer dat de nieuwe Enfields hun carburateur moeten missen, verdomde EFI. We belden de verhuurder die de volgende dag zou komen, wij namen de taxi naar Agonda Beach. Terwijl Eugenie en ik genoten van een drankje op een terras zochten P en C naar een aantrekkelijk onderkomen. Dat vonden ze uiteindelijk; wij mochten in een luxe hut aan het strand slapen, een hut met een leuke buitendouche. P en C sliepen in een soortgelijke hut aan de rivier verder landinwaarts. Om hen en het restaurant te bereiken moesten we in een bootje overgetrokken worden. Het eten was heerlijk, het douchen bijzonder.


Ons dolfijnspottersteam.

Aan de zuidkant van Agonda beach stapten we in het bootje dat we gisteren hadden besproken. We gingen op dolfijnenjacht en we wilden de andere strandjes vanuit zee bekijken. De expeditie slaagde in alle opzichten. Na 2 uur waren we terug, we hielpen het bootje weer op het strand en maakten een lange strandwandeling terug naar villa 7. Daar ging ik heerlijk lezen bij de airco.

Om half 5 zette ik de helm op en reed ik bij P achterop en in gezelschap van de motorverhuurder naar de kapotte motor. Ter plekke werd de pomp vervangen en konden we terug. Heerlijk sturen zonder bagage en passagier.


Motoren weer ingeleverd bij India-Motors.

Vrijdag 16 december tankten we 2 liter in mijn motor: tijdens de pech was er benzine gestolen. Door het fraaie heuvelland reden we naar Margao waar het even zoeken was naar India Motors. Na korte tijd kwamen de baas en de monteur en namen we afscheid van de Enfields. De monteur werd flink aan het werk gezet: hij moest de motoren schoonmaken met benzine en zijn handen...

Met de taxi reden we terug naar Candolim, het was erg druk en de taxi was benauwd. In Candolim kreeg P zijn geld terug; voor vertrek had hij de bijna niet meer geldige rupees ingeleverd bij de plaatselijke scooterverhuurder. We huurden 2 scooters om de laatste dagen vervoer te hebben. Voor mij was het rijden op zo'n ding een angstaanjagende ervaring!

Bij Stella namen we onze intrek. We ontmoetten Eddie en Nadine, twee mensen die al jaren naar Goa komen om te overwinteren en met optredens hun verblijf proberen te bekostigen.

Zaterdag en zondag bleven we in Candolim. We lummelden wat, kochten kadootjes, aten lekker bij restaurant Harmony en poedelden wat in zee.

Maandag 19 december namen we de taxi naar het vliegveld om naar Mumbai te vliegen. Met wat vertraging kwamen wij er aan, namen weer een taxi'tje naar hotel Ibis (duurde heel lang vanwege de drukte), aten wat terwijl we de officiele vliegenvanger bestudeerden en gingen vroeg naar bed.

Om 3.45 uur ging dinsdag de wekker af. Een klein ontbijt en toen naar buiten waar de door P bestelde taxi klaar stond (die was de helft van de prijs die de 'service' van het hotel vroeg!). Via Istanbul landden we om half 6 op Schiphol waar Jan al spoedig kwam aanrijden.

Het was alweer een bijzondere vakantie in India geweest. Het blijft een verrassend land.


back