Three week trip in India (Rajasthan) july 8-29 2013

Na behoorlijk wat voorbereiding (met name de visumaanvraag had nogal wat voeten in de aarde) was het eindelijk zo ver. We namen afscheid van familie en werden door neef Hans naar Schiphol gebracht. De procedures daar doorlopen en toen naar Moskou, de tussenstop. Deze vlucht liep vertraging op zodat wij wel, maar de bagage niet, de aansluiting naar Delhi haalden. Geen bagage dus en daarom rompslomp bij de aeroflot desk in Delhi. We konden wel een vergoeding voor de extra onkosten krijgen maar slechts voor n persoon omdat aeroflot alle bagage op n naam had gezet. En zelfs dat geld moeten we nog zien. Dit was de laatste aeroflot vlucht van mijn leven!
In Delhi had een medewerker van Lalli Singh (de motorverhuurder) al een tijd op ons staan wachten. Hij was blij dat we er eindelijk waren en bracht ons vlot naar een hotel in de buurt van de motorshop. Eindelijk slapen!

Dinsdag na een korte nachtrust ontbeten en Delhi in. De cultuurshock was minder dan in 2005 mede omdat de koeien ontbraken; die zijn inmiddels verbannen naar buiten de stad. Verder is het er nog steeds heet, druk, vies en armoedig.
Om drie uur werden we opgehaald door een medewerker van Lalli Singh en werden we drie uur bezig gehouden met administratieve zaken, uitleg over de motoren, controleren van gereedschap en reserveonderdelen en een begeleide testrit om onze vaardigheden te controleren. Eenmaal terug bij het hotel brak een noodweer los en daarom aten we maar ter plekke. Toen ik na het eten buiten in de steeg een sigaartje rookte wandelden er naast mensen ook een aanzienlijk aantal ratten rond. We zijn in India!
Later op de avond kregen we een telefoontje dat een zwager er slecht aan toe was na een hartstilstand. Een aanzienlijke domper op de vakantievreugde.

Op woensdag hoorden we dat onze zwager was overleden. Bijzonder triest.

De bagage was nog steeds niet aangekomen. Uiteindelijk kwam het eind van de middag aan. Peter en ik deden inmiddels een workshop Enfield onderhoud en samen met de vrouwen namen we deel aan de 'goede reis' ceremonie o.l.v. Lalli Singh op hollandse klompen! Eindelijk konden we op weg. Een medewerker van de shop zou ons uit Delhi naar de highway Delhi-Jaipur begeleiden, dat was makkelijk. Al snel kregen we een stortbui over ons heen zodat het extra lastig was om veilig tussen koeien, brommers, auto's en vele tegenliggers te manoeuvreren. Na 65 km hielden we het voor gezien, namen een (vieze) kamer in een staatshotel en een (lekker) biertje in het bijbehorende barretje.

Op donderdag wilde 'mijn' Enfield niet starten. Gisteren had ik al een laag olieniveau vastgesteld maar weet dat aan vergeten onderhoud. Nu bleek de bougie vet, wellicht toch excessief oliegebruik? Ook de motor van Peter startte niet simpel maar als die eenmaal liep liep hij goed in tegenstelling tot de mijne die neigingen tot afslaan vertoonde. Al snel verlieten we de grotere wegen en kwamen op weggetjes waarlangs we de eerste vieze dorpjes zagen. Onvoorstelbaar, modder en vuilnis overal, honden, varkens en kinderen die er in wroetten, hitte en stank. Uiteindelijk kwamen we in een mooier gebied (foto 2) bij het Sariska natuurpark. Het was gesloten maar het Sariska Palace Hotel vergoedde veel: een fraaie kamer voor 7000rp in de gastverblijven van het paleis van de Maharadja. Ook het eten 's avonds was prima en later zaten we heerlijk op de veranda met een drankje. Het leek wel vakantie... Dat veranderde die nacht toen ik als eerste van de groep kotsneigingen kreeg en koorts.

Vrijdag eerst heel mooi gereden. Qua natuur dan, want de dorpjes onderweg bleven onverminderd smerig. Peter liet met veel moeite een domme monteur zijn ketting stellen. Uiteindelijk weer op de hoofdweg gekomen, wat een gedoe! Wiebelende olifant op vrachtwagen, links en rechts inhalen, getoeter; kortom business as usual. We reden Jaipur vanaf het NO binnen en kregen alle gelegenheid de oude wijken te zien. Vuilnis, gaten in de weg, opstoppingen; niets gezien van wat Jaipur aantrekkelijk moet maken. Eugenie en Connie stapten in een tuktuk zodat we eenvoudiger het hotel, Pearl Palace, konden vinden. Daar kregen we een 4-persoons kamer, heel aardig. Na het douchen bleef ik in het hotel (ziek), de rest ging de stad in. 's Avonds op het aardige dakterras gegeten.

Op zaterdag voelde ik me nog steeds ziek. Toch nog een uitstapje gemaakt. Peter en Connie gingen naar een apentempel, wij naar Jantar Mantar, een park over (oude) astronomie (foto 3). We kregen voornamelijk zonnewijzers te zien in allerlei formaten en nauwkeurigheden en begeleid door een gids (150rp). Daarna weer op de motor, eerst slechte binnenwegen en daarna weer 'highway'. Dwars door het drukke Ajmer en toen groene heuvels op weg naar Pushkar. Ingetrokken in hotel Master Paradise. Ik belde met Lalli Singh want mijn motor gebruikte inderdaad veel olie. Hij vroeg me naar een plaatselijke monteur te gaan om het te verifieren. Peter kocht beltegoed voor de monteur die daarna met Lalli Singh overlegde. De afspraak werd gemaakt om de volgende dag de motor om te ruilen, een van de mensen van Singh zou vanuit Delhi met een andere motor komen.

Op zondag was ik nog onverminderd aan de dunne en voelde me nog steeds slap. Wellicht was een wandeling naar het heilige water en daar een offer brengen een remedie? Op weg naar het heilige meer kregen we al bloemetjes aangeboden. Na door een aantal kleine straatjes te hebben gewandeld werden we bij het meer opgevangen door een 'priester'. Die scheidde ons (Eugenie had haar eigen heilige man) en deed met ons een ceremonie. Bloemetjes, maar ook onduidelijke gekleurde produkten moesten in het water worden gegooid, we moesten allerlei geprevel nazeggen en daarna kregen we de gelegenheid te 'offeren', bijzonder vriendelijk. Eugenie en ik deden dat daadwerkelijk, Peter en Connie trapten er ondanks de uitgeoefende druk niet in. Dat zou Connie later in de vakantie duur komen te staan! Ik ging terug naar het hotel, de rest ging nog wat rondkijken. Al snel kwam de man uit Delhi langs met de vervangende motor. Ik bood hem eerst eten en drinken aan want na 400km snelweg lust je wel wat. Daarna ging hij aan de slag om de bagagerekken over te zetten. We regelden de nieuwe papieren en namen afscheid. Nadat de rest ook terug was hielden we overleg over de route van de volgende dag en aten wat in 'Little Italy'. Terug bij het hotel waren we getuige van het begin van een huwelijksceremonie. Een bruidegom te paard ging op weg naar zijn bruid voorafgegaan door dansers en een band. Wij kregen uitleg van een vriendelijke Indiase dame. De eerste week van de reis was voorbij.

Eugenie en Connie meldden zich maandag ook ziek. Algehele malaise! We gingen op zoek naar benzine. Dat bleek aan de andere kant van Pushkar te vinden dus dat kostte ons drie kwartier. Toen op weg naar Udaipur. Na ons uit de drukte van Ajmer te hebben geworsteld belandden we op een mooiere weg door de heuvels. In Deogarh, halverwege Pushkar-Udaipur, hadden we kamers besproken in een kasteel van een Maharadja (lang leve de tablets). Voor omgerekend 39 euro kregen we een enorme suite met apart zitgedeelte met schommelbank, een fraaie badkamer en een prima bed. Connie ging naar bed en de rest ging naar het zwembad. We aten weinig die avond en zaten na het eten nog heerlijk een tijdje buiten.

Op dinsdag besloten we nog een dag hier te blijven. Ook Peter was inmiddels aan de dunne en we hadden behoefte aan een rustdag. Eugenie, Peter en ik deden een audio toer door het paleis. Interessant om te horen hoe het hier vroeger aan toe ging en hoe het paleis werd opgeknapt. We relaxten wat bij het zwembad en op de airco kamers tot half 5. Toen vertrokken we met gids en chauffeur voor een toer in een oude jeep. Eerst naar de woning van de maharadja waar een paar mooie antieke auto's te bewonderen waren en toen door 'pittoreske' dorpjes waar de gids spontaan mensen aanhield en onderbrak in waar ze mee bezig waren om de kleuren van tulbanden uit te leggen, de inhoud van een schaal die door een jonge vrouw op haar hoofd werd gedragen te tonen of om een groep kinderen voor ons te laten zingen. Een beetje impertinent vonden wij maar toch wel leuk. Nog een tempeltje bekeken en toen wat eten en drinken bij een meer in de schemering (foto 4).

Om een uur of half 10, voordat de hitte echt begon, verlieten wij woensdag het fraaie paleis om in Deogarh te tanken en de banden op te pompen. Over een klein rustig weggetje bevolkt door zowel mensen als apen ging het richting Kelwa. De dorpjes waren weer erg vies maar de natuur werd steeds mooier. Het plan om naar Udaipur te gaan werd vervangen door het plan 'Ranakpur'. Uren reden we over een weg waar groothandelaren in marmer hun waar aan de man brachten. Zelfs kleine hutjes en erfafscheidingen waren hier van marmer gemaakt. Met marmer volgeladen vrachtauto's wiebelden over de smalle weg. Bij Ranakpur vonden we een aardig hotel, een aantal losse 2-onder-een-kap huisjes midden in de natuur van de Aravalli hills (foto 5).

De eerste paar uur van de donderdag reden we door een werkelijk prachtig gebied. Daarna over een fraai geasfalteerde en bijna verlaten highway naar en door Udaipur. Peter's carburateur was losgekomen van de cylinder dus dat moest gemaakt. We maakten van de gelegenheid gebruik om verse, met de hand geperste sinasappelsap te consumeren. Later op weg naar Chittogarh kregen we een flinke bui, we waren te laat met regenkleding dus werden flink nat. In Chittogarh was het even zoeken naar een hotel dat een beetje beviel. We vonden een redelijke met een binnentuin waarin schildpadden en een puppie ons vermaakten. Daarna eten en op bed naar een domme film kijken.

Peter had voorgesteld vrijdag naar Bassie te rijden. Geen idee waarom. Het was even zoeken naar de juiste weg. Eerst reden we een bergweg op waar we onder een aantal mooie poorten door reden tot we bij een kassa kwamen: we werden verzocht te betalen en het mega grote fort te bezoeken. Dat was niet de bedoeling! Iemand legde aan Peter uit waar we de goede weg konden vinden en we daalden weer af naar de stad. Na veel gehannes belandden we ten slotte op de juiste weg. Er volgde een fraaie rit over een klein bergweggetje door fraaie natuur. Na op het eind een klein stukje highway genomen te hebben kwamen we in Bassi waar het hotel Fort Palace Bassi ons verwelkomde. Voor 24 euro kregen we een fraaie suite aan een binnenplaats. Na het redelijk goede eten deden we nog een jeep safari, matig van kwaliteit door een slechte chauffeur en dito gids, maar we hadden nog wel een mooi rustmoment bij een meertje.

Op zaterdag naar Bijaipur. Al snel begon het te regenen maar de fraaie omgeving vergoedde veel. Alle geitenhoeders onderweg zwaaiden vrolijk naar ons vanonder hun paraplu. Na een aantal keer vragen en omkeren (de weggetjes staan niet op de kaart of in de gps) kwamen we in Bijajpur. De stad is smerig maar het hotel/fort/kasteel is mooi opgeknapt. We slapen op een bed dat via een marmeren trap bereikbaar is en in een marmeren bak is geplaatst (foto 6). Chique. Verder de hele dag geluierd en lekker gegeten.

Een lange zondagrit over mooie wegen door een ruraal landschap met vieze dorpjes. Connie was de hele dag ziek en Eugenie nog slapjes. Af en toe regende het maar minder dan de dagen ervoor. Alles was wel behoorlijk nat (foto 7). Tegen donker kwamen we eindelijk bij een min of meer acceptabel hotel in Jhalawar aan. Na het doden van een reuzenkakkerlak was zelfs de badkamer bruikbaar. Connie bleef op bed maar de rest ging eten in een crummy restaurant tegenover ons dito hotel. Heel behoedzaam kozen we ons eten (...) waarna we op bed de route voor de volgende dag uitstippelden.

Connie was maandag nog steeds ziek (dat zou ze blijven tot een paar weken n de vakantie) en ik was ook misselijk. Na wat kots- en poepsessies zonder ontbijt op de motor. Het eerste uur bleef het droog en reden we rustig door het groene land. Bij de eerste spetters trokken we onze regenkleding aan. De weg was hier en daar erg slecht en er waren veel 'uithollingen overdwars' waar we later weer mee te maken kregen. Na een kilometer of 80 gereden te hebben kwamen we bij een brug die overspoeld werd door een kolkende rivier (foto 8). Ook de Indiers die meestal flink wat doodsverachting lieten zien durfden een oversteek niet aan. Terug dan maar. Alles was nu veel natter dan op de heenweg (hoe is het mogelijk) en de uithollingen overdwars waren nu gevuld met snelstromend knie-of-iets meer-diep water. De eerste paar konden we nog rijdend nemen maar daarna moesten we op een daling van het water wachten samen met de lokale bevolking. Toen de stroming wat minder werd waagde eerst een tuktuk de oversteek. Hij werd bijna weggespoeld maar haalde de overkant. Daarna werden letterlijk met vereende krachten alle wachtende tweewielers naar de overkant geduwd. Ons reisdoel Kota moest dan maar over de highway bereikt worden. Die bleek over uitermate slecht plaveisel te beschikken en de 90 km erover waren behoorlijk zwaar. In Kota was het nog een gezoek naar een hotel, we werden van de ene naar de andere kant gestuurd door de feestvierende (er was een luidruchtig festival) stad. Uiteindelijk belandden we in het mooie Umed Bhawan Palace hotel. Ondanks ons verzopen uiterlijk waren we welkom. 'Het is nu eenmaal regentijd' zei de receptionist laconiek. De suite was enorm (65 euro) en ik maakte na een douche onmiddelijk gebruik van het comfortabele bed. Eugenie deed een wasje en legde de natte spullen te drogen.

Terwijl Eugenie en Peter een bezoek brachten aan het City Palace museum (bleek een donkere boel te zijn met flikkerende TL buizen) bleven Connie en ik deze dinsdag 'thuis' om wat bij te komen. Dat lukte aardig. Lummelend voor TV en in de tuin wachtten we het avondeten af. Hoewel het lekker was aten we weinig.

Na een laatste paleisontbijt op weg naar Sawai Madhopur. Eerst reden we nog 45 minuten de verkeerde kant op maar m.b.v. de gps vonden we uiteindelijk de goede weg. Het wegdek en de verkeersdrukte vielen die woensdag mee maar het was ontzettend warm en vochtig. Tijdens een cola stop onderweg vielen de bobbels op mijn armen erg op. Blijkbaar een diepe verbranding. In Sawai Madhopur kwamen we snel op de weg waarlangs veel hotels zaten. We kozen er een met een zwembad. Het terrein waarop de bungalowtjes van het Ankur Resort Hotel staan is behoorlijk schoon, weer eens wat anders. Connie ging direct onder de wol, letterlijk, ondanks de hitte had ze het nu en dan koud. Wij gingen afkoelen in het zwembad, heerlijk (foto 10). We ontmoetten een gids die voor een ritje door het natuurpark enkele 1000en rupies vroeg. Hij antwoordde eerlijk op onze vraag wat voor dieren we zouden zien: wat apen en vogels en zeker geen tijgers. We besloten om niet te gaan. Verder besloten we vanwege onze conditie n omdat we zo langzamerhand wel wisten wat ons te wachten stond een week eerder terug te gaan. Aeroflot bood geen medewerking dus kochten we tickets van Virgin Atlantic. 's Avonds bescheiden gegeten en vroeg naar bed in de lakenzak.

De dag erop hoorden we dat midden in het natuurpark een bezienswaardig fort zou liggen. We trokken erop uit om vervoer te regelen naar die plek. Dat was nogal omslachtig. Eerst richting centrum wandelen, een tuktuk aanhouden met een chauffeur die geen idee had wat we wilden, via wat mensen op de hoek van een straat onze wens laten vertalen en toen naar een taxistandplaats. We betaalden de tuktukman 100 rupee en Peter onderhandelde met de taxi (jeep) chauffeurs. Voor 700 rupee wilde iemand ons wel heen en weer rijden. Het bleek een flink eind rijden te zijn. Omdat het fort midden in het natuurgebied lag zagen we alles wat we anders voor 1000en rupees zouden hebben gezien. Een grappig slecht pad, regelmatig onder water, dat ons en een aantal brommers naar een parkeerplek bracht. Daar gingen we bergopwaarts (wel met trappen) het fort in. De chauffeur ging mee als gids. Nuttig, want als er ergens een bord stond met b.v. 'graves' erop wees hij die plek aan en zei gewichtig 'graves'. Zo ook voor 'temple' (waarvan er een flink aantal binnen het fort waren) en 'garden' (foto 11). Reden voor veel gegniffel. Op de terugweg demonstreerde de chauffeur zijn Indiase rijstijl voor ons. Niets ontziend en alleen respect voor voertuigen zwaarder dan de zijne.
Bij het hotel nog even gezwommen en gelummeld, maar ook kamers gereserveerd in het Lalit hotel in Delhi. Door een storing op internet boekten we dubbel en ook na een telefoontje met het hotel was niet duidelijk of we n reservering ongedaan hadden gemaakt.

Op vrijdag reden we eerst een hele tijd over een fraai weggetje door een heuvelachtig landschap. Eigenaardig dat kleine weggetjes soms voorzien zijn van fraai asfalt terwijl grote wegen in ontzettend slechte toestand zijn. Ook de temperatuur was aangenaam voor de verandering. Uiteindelijk kwamen we weer op de highway en gingen op zoek naar het hotel dat we gisteren op de IPad hadden gevonden. Overvallen door een enorme regenbui schuilden we een tijd onder het afdak van een truckers'caf'. Daarna nog 30km naar het hotel. Daar kregen Peter en Connie onenigheid met de receptie waarop we besloten verder te rijden. Nog eens 40km verder vonden we en aardig hotel direkt aan highway 8, hotel Triputi. Daar voor het slapen wat gegeten en wiskey gedronken.

Op weg naar Delhi. De highway was vol en in slechte staat. Op veel plaatsen werd aan de weg gewerkt en daar kregen we te maken met omleidingen die ng drukker en ng slechter geplaveid waren. Na een uur of drie bereikten we dankzij het navigatiewerk van Eugenie de shop van Lalli Singh. Eugenie was inmiddels erg ziek en kon nauwelijks meer op haar benen staan. Nadat we de motoren hadden ingeleverd gingen we met twee riksha's naar het superluxe Lalit***** hotel. Alle bagage en wijzelf werden voor toelating gescanned. Eugenie ging snel naar de kamer waar ze douchte en naar bed ging. Nadat ook ik gedoucht had ging ik met Peter en Connie lunchen. Eindelijk lekker ijs toe! Verder alleen maar gelummeld, bier gedronken en gewacht op de mannen van Singh die de borg van de motoren terug zouden komen brengen. 's Avonds heerlijk gegeten, zonder Eugenie, van het eerste stukje vlees deze reis, een ribeyesteak.

Na een heerlijke nacht voor mij en een poepnacht voor Eugenie brak de zondag aan. Eugenie was in n nacht 600 gram lichter geworden. (Aan het eind van de vakantie waren we 3kg (Eugenie), 4kg (Peter), 4,5kg (ik) en 10kg (Connie) kwijt geraakt!). Daarom ontbeet ik uitgebreid met eieren, spek en zoete broodjes. Ook deze dag werd relaxend doorgebracht met bier, wiskey, sigaren en een buffet 's avonds.

Na het ontbijt maandag rekende Peter voor ons af. Afgesproken was contant te betalen zodat Peter van zijn rupees af kon komen maar de sukkels van de receptie hadden tegen de afspraak in toch van zijn creditcard geind. Zo bleef hij met rupees zitten die we op het vliegveld moesten zien om te wisselen. Ook had Peter vervoer naar het vliegveld geregeld voor 700 i.p.v. de 3000 rupee die de receptie kon 'regelen'. Nog eenmaal door het drukke verkeer van Delhi, waarschijnlijk de laatste keer van mijn leven! Op het vliegveld konden we de rupees van Peter inderdaad inwisselen, een hele administratieve rompslomp. Daarna inchecken, slapen (C) en shoppen (E). De vlucht met Virgin Atlantic was uitstekend, van KLM niveau of beter. Op Heathrow hadden we veel tijd omdat de vlucht sneller was gegaan dan geplanned. We aten lekkere hamburgers etc. alvorens het vliegtuig van British Airways op te zoeken dat ons naar Amsterdam zou vervoeren. Niet alleen was dat een oud beestje maar de vlucht liep ook nog flink wat vertraging op zodat we uiteindelijk om 23.30 in Amsterdam aan kwamen. Daar wachtten Sjoerd en Savitri ons op. We namen afscheid van Peter en Connie en werden keurig thuis afgeleverd door Sjoerd.

Een ontspannen vakantie was het zeker niet geweest, maar persoonlijk vond ik het een interessante trip die een India toonde dat we in 2005 niet hadden gezien. Wat heb je toch een geluk als je in west Europa bent geboren!


1 Delhi.


2 De betere wegen.


3 Jantar Mantar.


4 Relaxen bij meer in schemering.


5 Het hotel in de Aravalli hills.


6 Slapen in marmer.


7 Op weg naar Jhalawar.


8 Overstroomde brug.


9 Vechten tegen de stroom.


10 Afkoelen in het zwembad.


11 Gids voor garden...


12 Nog n keer Delhi.

No english translation this time. The first english speaking reader that asks me to translate it will cause me to translate it, promised!


back