Turkije september 2014.

Modderworstelen.

Dit verslagje bestaat uit een stuk tekst gevolgd door foto's met commentaar. Wil je de prietpraat overslaan? Klik dan hier. Just some pictures? Click here.

Na een fraaie vakantie in Scandinavie stond dit jaar een tweede reis op het programma: Turkije. Als voorbereiding kocht ik een set aluminium koffers, nieuwe banden en verse olie. De heenreis deed ik samen met Peter, onze vrouwen zouden vliegen naar Istanbul. We vertrokken op zaterdag 6 september onder een loodgrijze lucht. De eerste 500 km namen we snelwegen, vanaf dat moment reden we alleen kleine wegen (en onverhard, waarover later meer). We stopten even voorbij Wurzburg.

De tweede dag bracht ons in Oostenrijk, bij Gmunden. Heerlijk gereden, volop zon.

Dag drie, weer allemaal kleine wegen, door Oostenrijk naar Slovenie, 20 km ten oosten van Varazdin. Daar wachtte ons een fraai sporthotel waar net de WK vissen werd gehouden. Ik had geen idee dat dat bestond. Het eten was slecht, de volgende dag had ik de hele dag buikpijn.

Dinsdag, dag vier, de hele dag door Kroatie gereden. Eerst mooi, later saai. Daarom negeerden we de gps en reden een stukje naar het zuiden. Toen konden we weer mooi rijden, inclusief vele onverharde kilometers. We eindigden in Servie, net over de grens bij Tovarnik. Een vriendelijke man begeleidde ons met de auto naar het hotel. Was ook nog goedkoop: 11 euro pp.

Woensdag 10 september brachten we door in Servie. Een raar weggetje bracht ons eerst weer naar Kroatie en 100 meter later terug in Servie. De Kroatische grensposten waren modern, de Servische niet meer dan een hok. De weg was slecht en de omgeving niet meer dan aardig dus namen we hoofdwegen naar het oosten. Dat was veel mooier. Na 50 km tamelijk heftig onverhard rijden, waarbij ik in een diepe modderplas vast bleef zitten en de motor in eerste instantie niet meer wilde lopen, vonden we een leuk hotel waar een buslading Roemenen een tijdje voor afleiding zorgden met accordeon en dans.

Donderdag reden we nog een stuk heel fraai door het oosten van Servie. Daarna nemen we de snelweg door Bulgarije. Voor de grens met Turkije stond een waanzinnige file vrachtwagens waar we gelukkig langs konden. In Edirne vonden we een fraai hotel met veilige parkeerplek. 's Avonds in een gezellig straatje broodjes en ijs gegeten.

Vrijdag 12 september. We hadden nog drie dagen om van Edirne naar Istanbul te geraken dus we konden ons wat omwegen veroorloven. We reden een uurtje of zes door landbouwgebied met een flink aandeel onverharde wegen. Op een terras aan de zee van Marmara in Hoskoy vroegen we naar een hotel. Iemand bood ons een appartement aan, eerst voor 50 euro, toen voor 40 en ten slotte voor 30. Een mooie gelegenheid om de was te doen. Na een wandeling (in de hitte) over de boulevard eindigden we weer op het terras waar we heerlijk en goedkoop aten. Het dessert, watermeloen, was 'on the house'.

De zaterdag begon met een fraaie weg langs de zee van Marmara. Gloednieuw en volkomen verlaten. Daarna richting zwarte zee, eerst wat saai maar op het eind mooi heuvelachtig. In Yalikoy vonden we een modern hotel aan het strand. Wel met heel lage kamers maar met goed eten.

Op zondag rustig ontbeten want we hadden alle tijd, dachten we. Na een uur begon het hard te regenen dus schuilden we voor een supermarkt waar we van de eigenaar zomaar koffie kregen aangeboden. Een half uur later waren we weer onderweg. De kaart in onze gps'en bleek behoorlijk oud te zijn, wegen die als onverhard stonden aangegeven waren geasfalteerd en omgekeerd en soms bestond de weg niet eens meer. We kwamen daarachter toen een weg een meter of 20 voor een andere weg eindigde. Er lag een modderige maar kleine helling vlak voor ons en ik dacht die 'even' te nemen. Na een paar meter zat ik muurvast. Peter was een paar meter achter me ook vastgeraakt. Het bleek een enorme klus de motoren weer vrij te krijgen; een dikke laag gele klei vermengd met stenen hechtte zich steeds weer aan de banden waardoor met name het voorwiel blokkeerde. Na een flink aantal keren met de schroevedraaier het wiel weer vrij te hebben geprikt en na veel gesleep stapte ik op om voorzichtig terug te rijden. Helaas, nog 1 keer liep het wiel vast. Met 10 km/u viel ik om daarbij 1 van mijn nieuwe koffers beschadigend. Huilie huilie. Over de laatste 11 km in Istanbul deden we 2 uur, wat een drukte. Lekker gedoucht en heerlijk vis gegeten in een gezellige 'restaurantstraat'. Om half 11 werd ik wreed uit een slaapje gehaald door de komst van Eugenie en Connie met wie we nog even de stad ingingen voor een hapje.

Maandag de 15e was ingeruimd voor wat vertier in Istanbul. We namen een taxi naar de buurt waar het Topkapi paleis ligt en bezochten na een verse jus d'orange dit grote en fraaie complex. Toen naar de grote bazar om Peter en Connie terug te vinden. Via de bazar wandelden we naar de wateren van Bosporus en Gouden Hoorn. Over de laatste maakten we een boottocht van 1,5 uur. Terug bij het hotel werkten we wat aan mijn motor (scottoiler vullen, koppelingskabel vervangen) en aten heerlijk vis in het inmiddels vertrouwde straatje.

Dinsdag verlieten we Istanbul, niet zonder slag of stoot. Het was enorm druk, de taxibusjes hielden zich alleen aan hun eigen regels en overal stond het verkeer stil. Na 80 minuten was het ergste achter de rug en begaven we ons weer naar de zwarte zee. Via eten in een strandtent bij Agva kwamen we in Karasu, een triestige stad buiten het hoogseizoen. Wel lekker gegeten in een tentje voor de lokale bevolking.

Woensdag 17 september raakten we elkaar voor de eerste en laatste keer even kwijt omdat we ieder onze eigen gps volgden. Langs de zwarte zee gereden, daarna het binnenland in over bochtige bergweggetjes. Het begon even te regenen waardoor de weg weer spekglad werd. Na een aantal tunnels kwamen we in Safranbolu waar we na enig heen- en weergerij door stijle en smalle straatjes belandden in een oud en mooi hotel/pension. De kamer was prachtig en oud. Laat in de middag in de Karavanserai de regen ontweken en in het dorp turkish delight geproefd.

Donderdag na een heerlijk ontbijt een toer met gids gemaakt naar Crystel Terrace, een uitzichtspunt over een ravijn, naar en in de Bulah Cave en naar Yoroh village, ook wel klein Safranbolu genoemd. Daar genoten we van turkse pannekoeken, cranberry sap en vooral van de vrijmoedige gastvrouw. De dag werd afgesloten met (te veel) raki in een plaatselijke bar

Vrijdagochtend met wat moeite ontsnapt aan de steegjes in Safranbolu. De rest van de dag ging het over prima wegen met fraaie uitzichten op veelkleurige bergen naar Bogazkale. Na een hotel gevonden te hebben gingen Eugenie, Peter en ik een bezoek brengen aan een opgraving van een Hittieten stad. Een deel van de stadsmuur was gereconstrueerd, indrukwekkend.

Zaterdag 20/9 weer een mooie rit, slechts onderbroken door bezoekjes aan 'mannenterrassen' waar we uiteraard thee dronken. In Goreme (Capadocie) was het even zoeken naar onderkomen, uiteindelijk vonden we een kamer met vier bedden in een pension met een fraaie binnenplaats. We boekten een ballonvlucht voor maandag en omdat we contant betaalden kregen we flink korting.

Zondag een bezoek aan het openlucht museum in Goreme. Eugenie ging niet mee, die had een roerige nacht gehad. Na het bezoek haalden we haar op en reden 30 km naar de ondergrondse stad Kaymakli. Ondanks aandringende gidsen deden we het bezoek alleen. Heel bijzonder maar erg krap die gangen. Daarna terug naar Goreme om te zoeken naar Love Valley. Fallusachtige rotsen trokken aan ons oog voorbij terwijl we op het zandweggetje leuk reden. In de verte was mount Erciyes te zien, een top van 4000 meter in de sneeuw.

Maandag de 22e was de dag van de ballonvaart. Heel vroeg op, naar een kantoor waar we wat te eten kregen, en toen naar de startplaats. Een leuke tocht van 45 minuten volgde. De hitte van de brander was intens. Terug naar hotel voor echt ontbijt, motoren laden en op weg naar Camardi. Na een lunch naast de weg kwamen we op een plek waar de weg echt eindigde. De alternatieve route was leuk maar bracht ons op zeer modderige paden. Peter was ongerust dat we verkeerd reden maar alles kwam goed. In het Tasucu motel vlak voor Camardi vonden we een plek voor de nacht en een maal met forel.

Op dinsdag reden we heel fraai door het Taurus gebergte. Goede wegen, mooi weer en fraaie uitzichten. Onderweg werden we op een terras met mooi uitzicht voor de eerste en laatste keer genept, veel te hoge prijzen voor de consumpties. Omdat de weersvoorspelling op de geplande route niet best was besloten we naar de kust af te dalen. Het weer bleef prima, maar de kustweg tussen Mersin en Tasucu was vreselijk. In Tasucu vonden we een goed hotel, deden de was, maakten een wandelingetje en aten heerlijk in een knap restaurant.

Woensdag 24/9 reden we weer door de bergen, wederom heel fraai. Alweer kwamen we bij een wegafsluiting die we alweer negeerden. Het was een weg in aanleg die gelukkig doorging tot de D340 waarop we wilden uitkomen. Vlak voor Hadim werd ook een weg vervolmaakt: bakken teer en stenen werden op de weg gesmeerd maar het (ook zware) verkeer reed er rustig overheen zodat de weg gelijk weer stuk ging. Onze motoren zaten onder de teer na afloop, balen. In Bozkir meldde men dat alle hotels vol zaten (onzin) maar gelukkig vond Peter nog een plek voor ons. Goed gegeten in een soort veredelde snackbar.

Nadat we de donderdag een stukje vervelende kustweg (Karacala-Tasagil) hadden afgewerkt voerde een leuke slingerweg ons naar de Koprulu Canyon waar we een erg leuk hotel vonden. Veel waterpartijen en leuke zitjes op het water. We bespraken voor morgen een rafting- en wandeluitje.

Vrijdag de 26e was het raftingtime. We werden opgehaald met een busje en gingen iets verder stroomopwaarts te water. Na een bezoekje aan enkele bronnen verder stroomopwaarts voeren we de rivier af. De stuurman had er veel lol in ons en anderen nat te spatten en overboord proberen te krijgen. Uiteindelijk lukte dat, het water was behoorlijk koud! Na de tocht terug naar het hotel, lunchen en wederom met het busje naar het geboortedorp van de organisator/chauffeur, Serge. Daar werden we omringd door tientallen oude vrouwen die ons snuisterijen wilden verkopen. We bezochten het amfitheater en wandelden daarna met de gids de berg af. Heel bijzonder en onverwacht mooi. We waren verbaasd dat hier en daar families leefden in bijna volkomen isolatie.

Tijdens de nacht van vrijdag op zaterdag was er een enorm noodweer. Het dak van onze hut/kamer lekte op ons bed. We reden over de nog natte weg terug naar de kust en namen de D400 naar Demre. Omdat het meeviel met het weer namen we daarvoor een klein weggetje naar het westen. In een ravijn was een enduro wedstrijd aan de gang waar we een tijdje naar keken. De leuke slingerende bergweg eindigde uiteindelijk weer bij de D400. Demre was een suffige stoffige stad met ditto hotels. Na er een gevonden te hebben dronken we een biertje in een chic russisch hotel en aten later in een snackbar een goed maal met als dessert heerlijke bhakavla.

Zondag 28/9. Na een kleine leuke omweg weer de D400 die nu veel aardiger was. Soms vlak langs zee en heel winderig. Na een onverwachte afdaling door Kas stopten we bij een terras waar we gezellig kletsten met een Turks/Duits meisje van de bediening. Aangekomen in Fetiye vonden we een aardig hotel met zwembad. We maakten een strandwandeling, dronken sangria, aten redelijk goed vlak bij het hotel en waren daar te laat terug voor een afzakkertje.

Maandag gingen we op weg naar Pammukale waar we na een frisse rit vroeg in de middag aankwamen. Over de witte afzettingen gewandeld en de romeinse stad Hierapolis bekeken. Die nacht voor de eerste keer onder een deken geslapen!

Dinsdag de 30e naar Bodrum. Via kleine weggetjes mooi gereden. Geluncht in een bushokje dat enige schaduw leverde. In Bodrum wat hotels afgeweest maar ze waren te duur of lagen te ver van zee. De dames ontdekten toch een betaalbaar pension vlak bij de boulevard. Daar was een bar voor de dorst en restaurants in overvloed. Wij kozen het verkeerde restaurant, morgen beter... Tevens boekten we een boottocht voor morgen, niet duur en inclusief lunch.

Woensdag de boottocht dus. We deden een eiland op drie verschillende plekken aan. Op die plekken kon er gezwommen worden wat we allemaal deden vanwege de hitte. Tussendoor luierden we op kussens op het bovendek en kletsten met een amerikaan. Na een bezoek aan de White House bar kozen we op advies van de barman een ander restaurant waar we inderdaad kostelijk aten. De propper van het restaurant van gisteren vroeg om een beoordeling die hij dan ook kreeg...

Na het standaard ontbijtje met brood, kaas, komkommer, tomaat en olijven etc. gingen we weer op weg. Na Korukoy zochten we de kleine wegen op, deze keer wel heel klein, in slechte conditie en door landbouwgebied. In een bos werd geluncht tussen de koeievlaaien. In Guzelcamli was het hotel waar we naar op weg waren gesloten, we vonden een onderkomen in een **** hotel, bijna all-in (excl. drank) voor 43,50 euro per stel. Het aangeboden buffet was niet super, ik nam alleen desserts.

Vrijdag 30/9 wees de oliecontrole uit dat we wel erg veel olie hadden gebruikt, later bleek het wel mee te vallen; blijkbaar stonden de motoren toch niet goed horizontaal. Tamelijk saaie wegen voeren ons naar Cesme. Na wat gezoek belandden we in een leuk hotel in de haven. De blonde eigenaresse liet ons proeven van verse olijven (bah!) en beval ons hun eigen restaurant aan(!). Daar werd kakelverse vis voor ons bereid, heerlijk. Ten slotte nog een wandelingetje door de haven gemaakt.

Zaterdag moest Eugenie afgeleverd worden op het vliegveld van Izmir. Het was rustig op de weg want het was offerfeest. Connie walgde van de slachting die goed te zien was bij een benzinestation. In Izmir reden we niet gehinderd door politie door een wandelgebied op zoek naar onderkomen. Wat we zagen beviel ons niet dus reden we nog een stukje richting vliegveld. Daar, aan de hoofdweg, vonden we een hotel (Trio). Eugenie reorganiseerde de spullen en was klaar voor vertrek. Maar eerst nog even loungen in de stad. Daartoe had men een plein met zitzakken ingericht. Terug naar het hotel, spullen opladen die Eugenie zou meenemen en op weg naar vliegveld. Afscheid genomen, terug naar P en C om in de stad te gaan eten. Een enorm maal werd ons voorgezet, onmogelijk om door te komen. Toetje aan de overkant, heerlijke bhakavla.

Over de terugreis zal ik kort zijn. We reden de rest van de 10.700 kilometer door Griekenland, Macedonie, Servie, Kroatie, Slovenie, Oostenrijk en Duitsland. Het weer was wat slechter geworden maar toch reden we vrijwel alles droog. Vermeldenswaard zijn nog:

* de rontgenscan die Peter's motor onderging bij de Turks-Griekse grens,
* de heftige offroadrit in Servie waardoor mijn ketting het begaf. Leverde 1 dag vertraging op,
* het katje dat Connie op een snelweg in Servie vond en dat nu in Amsterdam onder de naam Wimpie woont,
* de nachtelijke zoektocht in Slovenie naar een hotel.

Back home.

Part two.